richardengelfriet.nl

Home » Articles posted by Richard Engelfriet

Auteursarchief: Richard Engelfriet

We zitten helemaal niet in een zingevingscrisis

Volgens NRC-journalist Wouter van Noort zitten we momenteel in een zingevingscrisis. Richard Engelfriet denkt dat dat wel meevalt, zeker na het lezen van het rammelende onderzoek waar Van Noort zich op baseert.

Een lezer wees me op een blog van NRC journalist Wouter van Noort. Van Noort ervaart momenteel een ‘een crisis van zingeving’: ‘Wat is een goed leven? Hoe moeten we ons tot elkaar en de natuur verhouden? Hoe gaan we goed om met lijden en stress? Hebben we nog enig idee?’.

Persoonlijk denk ik dat we best een idee hebben: een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad, Willem II standvastig in het linkerrijtje, Pieter Omtzigt benoemen tot premier en de opwarming van de aarde tegengaan. Wie roept dat we geen idee meer hebben wat een goed leven is, kan daarnaast ook even achterom kijken. Ik denk dat vrijwel alle bewoners van onze aardbol uit het verleden maar wat graag in onze huidige tijd willen leven.

Denk maar aan een gemiddeld kind. Tot 1874 was kinderarbeid legaal in Nederland. Dat betekende dus vanaf een jaar of 6 het land op, de mijn in of in een stinkfabriek onder vreselijke omstandigheden gevaarlijk werk doen. Of wat dacht u van een vrouw? Het is amper 50 jaar geleden dat een vrouw direct na haar huwelijk ‘wilsonbekwaam’ werd verklaard en de rest van haar leven achter het aanrecht mocht plaatsnemen.

Tel daarbij op dat Nederland op nummer 5 staat van de meest gelukkige landen ter wereld en je snapt dat wie loopt te bloggen dat we in een zingevingscrises zitten, de feiten niet achter zich heeft.  

Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden

Maar het kan natuurlijk nooit kwaad om je te blijven ontwikkelen. Of om het maar eens in authentiek zelfhulpjargon te verwoorden: je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden. En ik snap dat niet iedereen in ons land het gevoel heeft in de top 5 vijf van meest gelukkige landen ter wereld te wonen.

Van Noort stelt daarom een prima vraag: ‘Hoe kan het dat sommige mensen een diep gevoel van zingeving, doelgerichtheid en eenheid met de wereld ervaren, terwijl anderen daarmee worstelen? Hoe kan het dat sommigen die sprong hebben kunnen maken? Wat doen zij wat anderen niet doen? Wat kunnen we daarvan leren?’.

Om die vraag te beantwoorden heeft hij zich laten inspireren door het werk van de Amerikaanse psycholoog Scott Barry Kaufman. Kaufman doet onderzoek naar transcendentie: het overstijgen van de belangen, impulsen en wensen van het ego. Van Noort noemt dit de ‘wetenschap achter ego-transcendentie’.

Wetenschap? 522 mensen vulden betaald een vragenlijst in

Die ‘wetenschap’ blijkt een farce. Wie het onderzoek van Kaufman gaat bestuderen, komt er al snel achter dat we enkel te maken hebben met een ingevulde vragenlijst. Kaufman heeft 522 volwassenen, voornamelijk wit en gemiddeld 36 jaar, via het online platform Amazon’s Mechanical Turk betaald (!) om in een half uurtje een survey in te vullen over ego-transcendentie.

De vragenlijst bestond uit citaten die zo uit de Happinez lijken te komen. De 522 hoofdzakelijk witte mensen gaven in ruil voor een grijpstuiver antwoord op wat stellingen. Enkele voorbeelden:

‘I accept all sides of myself, including my shortcomings’

‘I can stay true to my core values even in environments that challenge them’

‘I have a purpose in life that will help the good of humankind’

Verder gaven de deelnemers uit de niet-representieve steekproef aan of ze een ‘deep sense of identification’ voelen met de volledige mensheid, of ze zich wel eens één voelen met alle dingen op de planeet en in hoeverre ze ‘in touch’ staan met hun ‘childlike spontaneity’.

Het mag duidelijk zijn dat dit allemaal tamelijk subjectief is. Zo voel ik bijvoorbeeld nooit een ‘deep sense of identification’ met de volledige mensheid, omdat ik weinig op heb met types als Sywert van Lienden, Willem Engel en Delano G. Ook heb ik grote moeite me één te voelen met dingen als mijn citruspers, de intercity van Maastricht naar Den Helder of een wattenstaafje. Tot slot ben ik blij dat ik niet meer ‘in touch’ sta met mijn ‘childlike spontaneity’ van het broekplassen.

Zijn dit conclusies die passen bij een NRC journalist?

Natuurlijk gun ik Van Noort zijn ontwikkeling en zingeving, maar ik hoop ook dat hij zich een beetje verdiept in de methodologie van de onderzoeken waar hij mee aankomt. Want om nou allerlei conclusies te trekken op basis van betaalde antwoorden van een niet-representatieve steekproef op zweverige stellingen, lijkt me toch niet echt passen bij een journalist van NRC statuur.

Onmenselijk? Het gaat beter dan ooit met ons contact in de publieke ruimte

In het opiniestuk Stop de ontmenselijking van de publieke ruimte en offer niet alles op aan efficiëntie waarschuwt historicus René Koekkoek voor de sloop van alledaagse sociale interactie uit de samenleving. Ik ben het daar niet mee eens. Volgens mij is er geen reden tot angstzaaierij. Tijd voor een tegengeluid, dat u vandaag in de Volkskrant kunt lezen.

De moed zonk hem blijkbaar in de schoenen toen historicus René Koekkoek zijn fiets wilde parkeren op station Amsterdam Amstel. In plaats van een vriendelijk ‘goedemorgen’ kreeg hij enkel een ‘opspringend groen lampje en een bliepje’.

QR-codes op het station

De geautomatiseerde fietsenstalling ziet hij als voorbeeld van een ‘onthutsend’ aantal publieke ruimten waaruit de mens verbannen is. Volgens hem dreigt ‘alledaagse sociale interactie’ uit onze samenleving te worden gesloopt. Van QR-codes waar je in een café of restaurant een bestelling kunt plaatsen tot afrekenen met de zelfscan bij de supermarkt: Koekkoek ziet een ‘ijzingwekkende trend’ vol met ‘schichtige, in zichzelf gekeerde mensen die zich geen raad weten met sociale situaties’.

Je zou bijna bang worden om naar buiten te gaan.

Gelukkig heb ik goed nieuws voor Koekkoek en alle andere mensen die verlangen naar straten vol met touwtjes uit brievenbussen: het gaat juist heel goed met die sociale interactie.

Wie beweert dat onze straten gevuld zijn met in zichzelf gekeerde mensen, ziet niet de duizenden enthousiastelingen die straatafval van de grond prikken. Of de miljoenen mensen die fietsend, zwemmend en lopend geld ophalen voor patiënten met kanker of ALS. Grootschalige demonstraties tegen zinloos geweld.

Massaal klappen voor medewerkers in de zorg. De steunbetuigingen na de laffe aanslag op Peter R. de Vries. Het gebeurt allemaal in de openbare ruimte, met dank aan de technologie die het mogelijk maakt dat mensen elkaar weten te vinden.

Cijfers: we voelen ons veiliger

Ook de cijfers wijzen nu niet bepaald in de richting van Koekkoeks stellingname. Nederlanders geven juist aan zich steeds veiliger te voelen in de publieke ruimte. Daarnaast daalt het vandalisme ook al jaren. Waar jongeren vroeger bushokjes sloopten, zijn ze nu druk bezig om likes te verzamelen op Instagram.

Dit soort cijfers geven toch niet bepaald het beeld dat we de ‘kunst van het samenleven’ aan het ‘verleren en verliezen’ zijn. Sterker nog, misschien is het wel dat we dankzij al die automatisering meer tijd hebben voor betekenisvolle interactie.

Want zo leuk was het vroeger helemaal niet in die fietsenstalling. Daar zat echt geen goedlachse fietsenmaker met thee en koekjes gezellig te keuvelen met reizigers. Reizigers op een station hebben haast, en gunden die fietsenmaker geen blik waardig.

Of erger nog: hij kreeg een snauw als het allemaal niet snel genoeg ging. Dankzij die automatische poortjes kan de fietsenmaker zijn aandacht geven aan klanten die daar om vragen.

Praatje met de ober

En dat geldt ook voor die door Koekkoek zo verfoeide QR-codes op een terras: waar je vroeger eindeloos moest hengelen om een ober aan je tafel te krijgen, vervolgens een kwartier kon wachten op je bestelling en erna weer een half uur zat te zwaaien of je eindelijke eens mocht afrekenen, heb je nu je bestelling met één druk op de knop geregeld en afgerekend.

En de ober in kwestie heeft juist meer tijd voor die ‘alledaagse sociale interactie’ als hij je bestelling komt brengen. Even dat praatje maken voor wie dat wil, en tegelijk ruimte gevend aan mensen die geen zin hebben in een ober met de vraag of ze ‘bekend zijn met ons concept’.

Misverstand over vroeger

Daarnaast is het een misverstand dat we in de tijd dat er minder automatisering was, betere sociale interactie zouden hebben. In de jaren zestig praatte een katholiek echt niet met een protestant. Honderd jaar geleden liepen arbeiders zwijgend met de pet in de hand de fabriek binnen, hun lot ondergaand. En wie in pak ‘m beet 1951 merkte dat hij homoseksuele gevoelens had, hoefde niet te rekenen op veel sociale interactie op straat.

In plaats van angst zou Koekkoek eens wat trotser mogen zijn op onze verbeterde openbare ruimte. Ga eens kijken naar steden als Rotterdam en Tilburg. Steden die we vroeger verfoeiden om hun lelijkheid, winnen nu prijs na prijs met hun nieuwe openbare ruimte, waar automatisering en digitalisering een belangrijke bijdrage aan hebben geleverd.

Het gaat steeds beter met de Nederlandse democratie!

Deze tekst is een bewerking van een column die ik heb uitgesproken tijdens een webinar van Studium Generale van Saxion Hogescholen op dinsdag 20 april 2021 te Deventer.

Er moet mij iets van het hart. Als mensen praten over onze democratie, hoor je een hoop doemdenken. Er zou een enorme kloof zijn tussen politiek en burger. Onze politici zouden losgeslagen zijn van de werkelijkheid en uitsluitend als baantjesjagende elite hun eigen belang voorop stellen.

Lieve mensen, ik ben het daar niet mee eens. Volgens mij heeft onze democratie nog nooit zo goed gefunctioneerd als nu. En natuurlijk hoef je niet ziek te zijn om beter te worden. Laten we vooral kijken hoe we onze democratie kunnen verbeteren. Maar laten we dat doen vanuit trots en niet vanuit wantrouwen en doemdenken. Wie achterom durft te kijken, ziet dat onze democratie door de jaren heen alleen maar beter is geworden. 

Waar is die kloof?

Laten we eens beginnen met dat enorme cliché dat er een kloof zou zijn tussen politiek en burger. Als er al een kloof is, dan is die op dit moment het kleinst. Want vroeger waren politici sigarenrokende notabelen die je als gewone burger niet kon bereiken, nu vind je met twee muisklikken de emailadressen en 06-nummers van alle raadsleden van Deventer, keurig verzameld in een pdfje.

En dat geldt niet alleen voor Deventer: alle politici zijn beter benaderbaar dan vroeger. Kent u verkiezingsdebatten uit de jaren zestig waar burgers hun ongenoegen over de premier direct in zijn gezicht tegen de beste man mochten uiten? Daarnaast geldt dat er nu veel meer inspraakmogelijkheden zijn. En zelfs voor de cynici die dan gelijk roepen dat daar ‘toch niets mee wordt gedaan’ heb ik goed nieuws: ook de mogelijkheden om bezwaar te maken zijn sterk verbeterd in de afgelopen vijftig jaar.

Wie zich verdiept in de geschiedenis, ziet overwegend verbetering

Wie eenmaal achterom durft te kijken, ziet zoveel verbetering. Zo zijn onze politici diverser dan twintig jaar geleden, spreken ze vaker heldere taal en nemen ze hun vak serieuzer. Vergeet niet dat het tot ruim in de jaren zeventig normaal was om het stevig op een zuipen te zetten in de Tweede Kamer. Minister Fons van der Stee bestelde in de jaren tachtig bij de bode regelmatig een ‘potje thee’ waar cognac in zat.

Maar natuurlijk, ik hoor u al zeggen hoe schandalig het is dat we een premier hebben met een selectief geheugen. Toch is dat klein bier vergeleken met de Lockheed-affaire, waar de man van ons toenmalige staatshoofd corrupt bleek te zijn. Diverse Kamerleden kregen steekpenningen aangeboden in ruil voor hun stem. En waar Rutte een motie van afkeuring aan zijn broek kreeg, hoefde Prins Bernard geen functie elders te zoeken.

Afijn. Wie zich een beetje verdiept in de geschiedenis, haalt opgelucht adem en ziet overwegend verbetering. Stel bijvoorbeeld dat u op dit moment bang bent dat de huidige politiek te ‘gefragmenteerd’ is met 17 partijen die 150 zetels verdelen in de Tweede Kamer. Dan herinner ik u graag aan het feit dat er in 1933 maar liefst 14 partijen in de Tweede Kamer zaten, inclusief allerlei splinterpartijtjes, terwijl die Tweede Kamer toen slechts 100 zetels telde.

Weer andere doemdenkers noemen ons politieke klimaat ‘instabiel’. Ook dat is aantoonbaar onjuist. Tussen 1960 en 1975 wisselde Nederland maar liefst zeven keer van premier. Kabinetten vielen in die tijd sneller en vaker dan dat schaatser Ard Schenk olympisch goud won.

Al die vooruitgang betekent natuurlijk niet dat alles goed gaat. Bij de toeslagenaffaire zijn duizenden gezinnen vermorzeld door instituties. Een grof schandaal. Maar gelukkig hebben wij politici als Pieter Omtzigt en Renske Leijten. En wie van mening is dat het allemaal veel te lang heeft geduurd voor die affaire aan het licht kwam: het duurde maar liefst 7 jaar voor het kabinet zijn conclusies trok naar aanleiding van de rol van Nederland in de afschuwelijke massamoord in Srebrenica. En we hadden tussen 1874 en 1901 ruim 25 jaar nodig om kinderarbeid af te schaffen.

Dagvoorzitters schuiven elkaar ook baantjes toe

Laten we trouwens ook eens stoppen met dat eeuwige verwijt dat politici elkaar ‘de baantjes toeschuiven’. Alsof dat zo’n wereldvreemd verschijnsel is. Schilders doen dat ook. Aannemers, journalisten en vakkenvullers. En dagvoorzitters.

Maar wat ik helemaal lachwekkend vind, zijn mensen die stellen dat onze democratie in gevaar is en op omvallen staat. Wie dat denkt, moet voor de gein eens kijken naar de uitslag van de verkiezingen in 1935. Toen stemde 12,77% van de kiezers op partijen die zich uitdrukkelijk tegen de parlementaire democratie keerden en deze zo snel mogelijk wilden afschaffen. Ik ken op dit momenteel geen enkele partij die in zijn verkiezingsprogramma de afschaffing van de parlementaire democratie heeft staan. Laat staan dat zo’n partij steun krijgt van 1 op de 8 Nederlanders.

En dat brengt me bij het laatste argument waarom het hartstikke goed gaat met onze democratie: de opkomst en uitslag van de verkiezingen. Ruim 80 procent van de kiezers bracht zijn stem uit op 17 maart jl. Dat percentage is al jaren stabiel. En waar we in het verleden wel eens regeringspartijen hadden die 20 zetels verloren na de verkiezingen, was nu de grootste verandering een toename van 6 zeteltjes voor een oppositiepartij. Je maakt mij niet wijs dat we dan in een land leven waar ‘we’ ons grote zorgen moeten maken over het functioneren van de democratie.

Dankbaar dat er mensen zijn die voor ons het land besturen

Laten we dus dankbaar zijn dat wij nog altijd zoveel dappere politici hebben. Mensen die dag in, dag uit hun privéleven opofferen voor een beter Nederland. Hardwerkende mensen die ondanks bedreigingen en scheldpartijen iedere dag voor ons aan het werk gaan.

En het kan dus nóg beter! Laten we vooral kijken hoe dat zou kunnen. Maar laten we elkaar niet onnodig de put in praten. Voor de Nederlandse democratie geldt: vroeger was alles slechter.

Lang leve de vooruitgang van de Nederlandse democratie!