richardengelfriet.nl

Home » Politiek en samenleving

Categorie archief: Politiek en samenleving

We hebben geen nieuw businessmodel nodig, maar nieuwe wetten

‘Fotojournalistiek heeft een prijs’ is een campagne van de NVF (Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten). Ze willen dat fotografen beter betaald krijgen en eisen meer zeggenschap over hun auteursrechten. Om hun eisen kracht bij te zetten, organiseerden ze op 25 januari een landelijke actiedag.

Op LinkedIn las ik dat Danny Mekić het helemaal eens is met de fotografen: ‘Fotojournalisten doen ontzettend belangrijk werk. En soms krijgen ze voor een dag werken maar een paar tientjes. Dat gaat natuurlijk nergens over’.

Goed zo, Danny! Fijn dat zo’n duurbetaalde spreker opkomt voor vakbroeders die het minder hebben getroffen. Maar vervolgens schotelt diezelfde Danny ons een nietsontziend kapitalistisch standpunt voor: ‘[…] het is wel de realiteit in een snelveranderende wereld. Ooit was je product gewild. Je kon iets wat niemand anders kon. Kreeg daar goed voor betaald. Door technologische ontwikkelingen ontstaat er meer aanbod, minder schaarste en dalen de prijzen’.

Mekić adviseert fotografen die mee willen gaan in de verandering om zich in te schrijven voor zijn trainingsprogramma Innovation Accelerator. Dan krijg je, zo vrees ik, van de ‘speaker, adviser and entrepreneur on innovation & technology’ te horen hoe je je kunt ‘doorontwikkelen, innoveren en jezelf opnieuw uitvinden’. Want dat is natuurlijk het antwoord op veranderen, zoals ook Executive Image Strategist Elisabeth Kaempffer in een reactie op Mekić’ artikel opmerkt: ‘De wereld verandert daar kun je helaas niets aan veranderen. Dus zul je zelf je business model moeten veranderen’.

Zou Danny Mekić bekend zijn met het fenomeen democratie?
Ik ben benieuwd of Kaempffer en Mekić dit ook zouden zeggen tegen kinderen die in de 19e eeuw onder de meest erbarmelijke omstandigheden moesten werken in fabrieken: ‘Lieve kinderen, accepteer deze nieuwe realiteit en leer in ons seminar met welk business model je klaar bent voor de nieuwe eisen van de industrialisering’.

Natuurlijk klopt het dat de wereld verandert. Maar er klopt geen snars van dat het enige antwoord op verandering bestaat uit het schikken naar de grillen van die verandering. Toen Uber zijn illegale snordienst Uberpop introduceerde, riepen veel goeroes ook dat taxichauffeurs maar moesten meegaan met deze ontwikkeling. Onzin, zo oordeelde de rechter. Illegaal snorren is verboden.

Welkom in een democratische rechtsstaat. Het argument ‘dit is de vooruitgang en die moet je maar accepteren’ getuigt van een slap soort defaitisme. Spelregels zijn misschien niet nodig als je via een schattig deelplatform voor een grijpstuiver bij tante Sjaan in de Jordaan kan logeren. Maar inmiddels zorgt Airbnb voor ontwrichting van hele binnensteden. En dus is het tijd voor gemeentebesturen en corporaties om regels op te stellen en de uitwassen tegen te gaan. Als wij niet willen dat het centrum van Amsterdam verandert in een toeristische attractie, maken we regels om de ‘nieuwe realiteit’ te veranderen.

En dat geldt ook voor het werk van fotografen. Wij kunnen met elkaar minimumtarieven opstellen. Wij kunnen regels afspreken over auteursrecht. Morgen, 20 maart 2019, heeft u weer de kans om daar een bijdrage aan te leveren. Ik ben er in elk geval al uit: mijn stem gaat naar de partij die een stevig accijns wil heffen op trainingsprogramma’s met de naam Innovation Accelerator.

Hoe Chantal Janzen een klap geeft in het gezicht van emancipatie

Op zaterdag 9 februari zag ik bij de talentenshow Holland’s Got Talent Conny en Ronald. Ze doen aan rolstoel- en rollatordansen. Conny vertelt voorafgaand aan het optreden dat ze dankzij het dansen de barrières die horen bij een handicap ‘ontstijgt’. Enthousiast vertelt ze dat dansen voor iedereen is, ongeacht of je in een rolstoel zit of met een rollator loopt.

Deze woorden zijn voorafgaand aan het optreden voor jurylid Chantal Janzen al ‘een applausje waard’. De zaal klapt enthousiast en ziet vervolgens Conny en Ronald, die in het echte leven ook een koppel zijn, romantisch om elkaar heen zwieren. Het is een hartverwarmend optreden.

Als het optreden klaar is, krijgen ze een euforisch applaus van het publiek. En ook de jury is duidelijk ontroerd. Chantal Janzen: ‘Wat hebben jullie dat hartstikke mooi gedaan. Jullie bewijzen dat het niet hoeft te begrenzen als je in een rolstoel zit’. Jurylid en dansexpert Dan Karaty benadrukt dat Conny en Ronald de essentie van dansen hebben begrepen: ‘Het gaat over wat dansen voor jullie betekent’.

Ik zet me spontaan over mijn aversie tegen commerciële televisie in het algemeen en talentenprogramma’s in het bijzonder heen. Dit is prachtig. Wat moedig van Conny en Ronald om dit te doen, en wat fantastisch dat de jury dat ook ziet. Op naar de volgende ronde!

Er zijn geen grenzen, maar we wijzen jullie wel af
Maar daarvan blijkt geen sprake. Jurylid Paul de Leeuw vond het optreden ‘geweldig, maar niet genoeg voor de volgende ronde’. Angela Groothuizen sluit zich daar bij aan, al zegt ze nog wel dat het ‘heel fijn’ was. De derde ‘nee’ komt van Dan Karaty. En dan de afwijzing van Chantal Janzen: ‘Jullie geven het gevoel dat er geen grens is. Ik denk dat je daar geen volgende ronde voor nodig hebt, omdat het echt fantastisch is wat jullie doen en daar heel trots op mogen zijn. En heel, heel erg bedankt. Dit was echte inspiratie’.

Pardon? De jury vindt het helemaal geweldig wat je doet en daarom heb je geen volgende ronde nodig? Als Martin Luther King in 1963 bij Holland’s Got Talent had gespeeched, had mevrouw Janzen dan ook gezegd dat burgerrechten voor zwarten niet nodig zijn, omdat het echt fantastisch is wat hij doet en dat hij daar heel trots op mag zijn?

Motivatiemaffia
Dit RTL-programma toont de motivatiemaffia op zijn slechtst: klappen en juichen dat het allemaal zo geweldig is, maar vervolgens krijgen twee volwassen mensen met een handicap geen enkele kans. Laat staan dat ze Conny en Ronald serieus nemen. Geen van de juryleden geeft een uitleg bij hun afwijzing. Lag het aan de timing van het dansende duo? Was de choreografie niet spannend genoeg? Maakten ze veel fouten? Normaal gesproken krijgt iedere afgewezen kandidaat dat te horen.

Presentator Humberto Tan doet er in de coulissen nog een schepje bovenop. In plaats van het op te nemen voor het koppel vraagt hij ze enkel om dit hypocriete toneelstuk mee te spelen: ‘Een beetje eens met de jury? Ja toch?’ En voordat Conny en Ronald ook maar de kans krijgen iets te zeggen, is het klaar.

Misschien heb ik als 41-jarige hoogopgeleide blanke man geen verstand van emancipatie. Maar volgens mij gaat dat er om dat iedereen – dik, dun, gekleurd, homo of gehandicapt – serieus genomen wil worden. Dat we iedereen gelijk behandelen. Tegen mensen roepen dat ze inspirerend en moedig zijn, terwijl je ze vervolgens keihard afwijst is een harde en cynische klap in het gezicht van emancipatie. Wees dan gewoon eerlijk en zeg dat je enkel talent zoekt met een killer body.

Mag ik even iets tegen je aanhouden?

Onderstaande tekst is een bewerking van de speech die ik gaf tijdens de presentatie van het boek Mag ik even iets tegen je aanhouden van Japke-d Bouma op 17 oktober 2018 in Amsterdam.

Vandaag vormt een markeringspunt in een belangrijke ontwikkeling. Dit vraagt om een efficientieslag stroomopwaarts in de keten. Een term die bij dergelijke vraagstukken direct valt is agility, ofwel het meer responsief maken van de supply chain. Vooral in de verssector is dit een belangrijke uitdaging, aangezien hier vaak sprake is van verstoringen in zowel de vraag als het aanbod.

Vanwege de continue replenishment wordt in versketens voortdurend geschakeld op basis van wat er op de winkelvloer gebeurt. Op basis van end-to-end transparantie en datakwaliteit wordt de keten steeds beter afgestemd op de vraag. Naast het vraaggestuurd inrichten van de keten is differentiatie ook een optie. Hierbij kan door event-besturing de onvoorspelbaarheid van bijvoorbeeld een slechte oogst geadresseerd worden.

U heeft waarschijnlijk geen idee wat ik zojuist heb gezegd.

Maar ik weet wel dat al deze zinnen letterlijk zijn uitgesproken. Ik was er namelijk zelf bij. Mijn naam is Richard Engelfriet. Ik ben in het dagelijks leven dagvoorzitter. Simpeler gesteld: ik praat congressen aan elkaar. En dat is erg leuk. Het is een voorrecht om in alle wereldjes te mogen kijken. Ik heb congressen geleid met politieagenten, schoonmakers, dierenartsen, journalisten, automonteurs, minister-presidenten, boze burgers, wetenschappers en kozijnspecialisten.

Mijn vak heeft echter 1 groot nadeel: je komt ook nogal wat clichediarree tegen. Afschuwelijk jargon. Vooral managers, bestuurders en goeroes zijn er dol op: gewichtige taal waarmee je eigenlijk niets zegt. Wie wil er immers geen pro-actieve synergetische win-win-situaties creëren met de factor mens?

Volgens mij gebruiken mensen dit soort taal om te verbloemen dat ze het zelf ook niet weten. Of ze hopen dat ze door eigenlijk niets te zeggen iedereen te vriend houden.

Politici doen dit graag. Zeggen dat je ‘hecht aan een constructief overleg met alle stakeholders’, maar vervolgens probeer je die afschaffing van de dividendbelasting er gewoon doorheen te drukken. En als dan blijkt dat zelfs Unilever dat cadeau van 1,9 miljard niet hoeft, zeg je niet dat je dom en koppig bent geweest, maar ga je je ‘bezinnen’ op een ‘heroverweging’.

Of denk aan voetballers. Die verliezen een wedstrijd met 7-0, maar roepen dan doodleuk tegen de interviewer dat ze ‘blij zijn met de leerpunten die we meenemen naar de volgende wedstrijd’.

Pleur op met je leerpunten. Je hebt gewoon kei slecht gespeeld. En als je de dividendbelasting wilt afschaffen, wees dan een vent en zeg gewoon dat je Unilever en Shell belangrijker vindt dan de gemiddelde leraar of verpleger.

Als u dit met mij eens bent, dan zult u met veel plezier het nieuwste boek van Japke-d Bouma lezen. De boodschap die ik uit haar boek haal is simpel: jargon is taalverarming.

Het is bijna altijd onnodig. En dat is niet louter een kwestie van smaak. Al dat vreselijke jargon leidt tot maatschappelijke problemen. Denk maar aan burgers die cynisch raken omdat bestuurders aan de ene kant zeggen ‘pro-actief de toekomst te willen verbinden met het verleden’, maar vervolgens geen zak doen aan de echte problemen.

En natuurlijk vraag je je na het lezen van het boek af: waarom doen we toch zo moeilijk?

Het antwoord op die vraag is simpel: we gebruiken moeilijk taalgebruik, omdat dat makkelijk is. U hoort het goed: moeilijk doen is de makkelijke weg. En het omgekeerde is ook waar: dingen simpel en begrijpelijk houden, is heel moeilijk.

Denk maar aan die tekst die ik u aan het begin van mijn speech voorlas. Wie daar begrijpelijk Nederlands van wil maken, is zo een half uur verder. Ik heb dat gedaan en heb er dit van gemaakt:

“Laten we proberen de toevoer van verse producten van het land naar het winkelschap te verbeteren. Het gaat nu vaak fout, omdat klanten soms meer of minder versproducten kopen dan de producenten van te voren hadden bedacht. Of omdat er een slechte oogst was. Het is voor iedereen fijner als je ervoor zorgt dat je beter kunt inschatten hoeveel producten de klanten gaan kopen. Verder kun je ook proberen om klanten iets anders te laten kopen dan ze van plan waren.”

Ik laat graag aan u welke versie u beter vindt.

Van Japke-d weet ik het antwoord wel. Maar ik weet ook dat het nog lang zal duren voordat begrijpelijk taalgebruik normaal is.

En daarom hebben we Japke-d zo hard nodig. Zij vervult dezelfde rol als de nar bij het carnaval. Voor alle haters van carnaval: vergeet even die afschuwelijke muziek en de dronken mensen. Oorspronkelijk is carnaval bedoeld als omkeringsritueel. De burgemeester legt zijn ketting af en zet een masker op, waardoor hij zijn macht verliest en onherkenbaar is. De zakenman ontdoet zich van zijn stropdas en loopt in een eenvoudige boeren kiel. En de frietboer heet Prins Carnaval en is de baas.

En dan drijven we, met hulp van de nar, een week lang met alles de spot. Zonder taboes. We ontzien niks of niemand. Dat dient een belangrijk doel: als je alles belachelijk maakt, zie je pas wat echt van waarde is.

Ik koester die nar. De figuur die ons laat zien hoe idioot we ons soms gedragen. Die ons een spiegel voorhoudt. Zodat we zelf weer gaan nadenken.

En dat is precies wat Japke-d doet en waarom we haar moeten koesteren. Japke-d is onze taalnar. Ze roept ons allen tot de orde: waarom zeggen we de dingen zoals we ze zeggen? Wat levert dat op? Waarom zou dat niet anders kunnen?

Soms laat zij zien dat er prachtige taalvernieuwingen zijn, zoals spitsuurgezin. Dat begrijpt iedereen direct. Maar als het fout gaat, en iemand roept dat hij ‘een stukje visie wil neerzetten’, roept Japke-d ons terecht tot de orde. Ik citeer: “Stop ermee. Stukjes zitten in je neus, of in een puzzeldoos”.

Wat mij betreft laat zij ons op deze manier zien dat de wereld mooier is als we begrijpelijke taal gebruiken. Hoe moeilijk dat ook is.

Dames en heren, dat wilde ik even tegen jullie aanhouden.

Leve het vrije woord. En lang leve Japke-d Bouma!